"Er komen veel minder allochtonen in de gemeenteraad"
"Er komen veel minder allochtonen in de gemeenteraad van Amsterdam dan in de afgelopen jaren. Dit komt omdat er maar vijf allochtonen op een verkiesbare plaats stonden in de hoofdstad, het laagste aantal sinds 1990. In 2006 werden in de hoofdstad nog elf allochtonen gekozen. Dit is slecht voor de democratie, want allochtonen maken wel zo'n vijftig procent van de Amsterdamse bevolking uit." Aan het woord is Jean Tillie, bijzonder hoogleraar Electorale Politiek en als adjunct-directeur verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam. Voor de vijfde keer in zestien jaar onderzocht het IMES, in samenwerking met het onderzoeksbureau Dienst Onderzoek en Statistiek (O+S) van de gemeente Amsterdam het stemgedrag en opkomst van allochtone kiezers in Amsterdam. Hierbij focusten de onderzoekers met name op kiezers van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst.
Het onderzoek
Op 3 maart 2010 kwamen de eerste resultaten van het onderzoek binnen; daaruit bleek dat naast de vier allochtonen, die bij PvdA, D66 en Groen Links op verkiesbare plekken stonden, nog twee Marokkaanse PvdA-ers met voorkeurstemmen in de raad zullen komen. Verder bleek dat de opkomst vrijwel gelijk is aan die van 2006 maar dat het stemgedrag veranderd is. Deze resultaten zijn gebaseerd op voorlopige tellingen. Tillie: “Voor het onderzoek gaan we als volgt te werk. Er worden een aantal stembureaus in Amsterdam geselecteerd waar veel kiezers op af komen. Aan alle kiezers, ook autochtonen, vragen we bij het verlaten van het stembureau of ze een vragenlijst willen invullen. Daarbij wordt gevraagd wat er gestemd is maar ook of de mensen zouden kunnen voorstellen dat ze op een andere partij zouden stemmen. Dit laatste is met name van belang voor het potentieel van het electoraat. Daarnaast wordt door middel van gemeentelijke gegevens een schatting gemaakt van de opkomst.” Het onderzoek vond eerder plaats in de achtereenvolgende jaren: 1994,1998, 2002 en 2006. Amsterdam is de enige gemeente die in de reeks van vijf onderzoeken deelneemt aan alle onderzoeken. Echter, dit zal niets zeggen over de rest van het land. Tillie: “Het onderzoek is niet representatief voor de landelijke verkiezingen. Er zijn altijd grote verschillen te zien tussen Amsterdam en het nationale stemgedrag en/of opkomst; alsmede tussen de verschillende gemeenten.”
De opkomst
Een schatting van de opkomst durft Tillie, voorafgaand aan de verkiezingen, niet te maken. Zijn hypothese was echter wel dat het aantal stemmen voor de PvdA onder allochtonen omlaag zou gaan; dit was in 2006 ongeveer tachtig tot negentig procent. “Wouter Bos heeft in die tijd niet geweldig gereageerd op de situatie omdat hij niet erg blij was om zoveel allochtonen raadsleden in zijn partij op te nemen, dit is verkeerd gevallen bij de kiezers.” De voorlopige resultaten van het onderzoek bevestigen de speculatie van de onderzoeker. “De opkomst onder de groep allochtonen in Amsterdam is niet sterk veranderd ten opzichte van de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Vergeleken met de totale opkomst in Amsterdam – 51,3% - is de opkomst onder allochtonen relatief laag. De partijkeuze van allochtonen in Amsterdam was in 2006 sterker op de PvdA gericht dan nu. De PvdA kreeg destijds 87% van de Turkse stemmen, nu 59%; 77% van de Marokkaanse stemmen, nu 74% en 79% van de Surinaams/Antilliaanse stemmen, nu 53%. Toch kunnen we stellen dat de allochtonen de PvdA gered hebben, want over heel Amsterdam kreeg de PvdA nog maar 29%. Allochtone stemmers zijn dus in grote mate verantwoordelijk voor de uiteindelijke raadszetels van de PvdA. Daarnaast zien we een toename van de stemmen op GroenLinks en D66”, aldus Tillie.
Meerwaarde
“De meerwaarde van het onderzoek is dat het voor de vijfde keer wordt uitgevoerd uit een reeks verkiezingen. Hierdoor zal het mogelijk worden om deze reeks te kunnen onderzoeken en analyseren. Voor de gemeenten is het van belang om te ondervinden wat de lijn van de opkomst van de kiezers is. Daarmee zouden ze ook kunnen kijken hoe ze de opkomst kunnen bevorderen. Het stemgedrag is voor de gemeenten minder belangrijk aangezien zij zich daar niet mee mogen bemoeien. Wel is het belangrijk dat deze groepen gaan stemmen en dat er grote betrokkenheid blijft bij de politiek”, zegt Tillie.
Aanbevelingen
Jean Tillie beveelt de gemeenten aan om de mensen te benaderen op de plaats waar ze samen komen, zoals theehuizen, buurthuizen en moskee?n. “Dit is in de afgelopen tijd jammer genoeg een gevoelige kwestie geworden”, tekent hij daarbij aan. Voor beleidsmakers is de publicatie ‘Gedeeld land’ van Jean Tillie interessant. Dit is onder andere een empirische analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving in de afgelopen drie jaar. Naast deze publicatie raad Tillie beleidsmakers aan om het project ‘Localmultidem’ te volgen, dit is een project van de Europese Commissie waarin de politieke migratie in verschillende Europese steden in kaart wordt gebracht. ?
Vervolg
Binnen ongeveer een maand zal een compleet onderzoek van het rapport uitkomen. Jean Tillie is van plan om de reeks onderzoeken van de verkiezingen daarna nader in kaart brengen. Tillie: “Daarbij is het van belang dat niet alleen het stemgedrag geanalyseerd wordt maar ook de partijvoorkeuren. Het analyseren van de reeks wordt zeker interessant, mede om te kijken wat voor een lijnen er te zien zullen zijn en hoe deze te verklaren zijn.”
Bron:
Philo L. van Lenning, Nicis Institute