Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Antilliaanse problematiek wrange vrucht van struisvogelpolitiek

Hoe komt het dat bepaalde vormen van criminaliteit vaker bij Antillianen voorkomen dan bij jongeren met een andere achtergrond? De oorzaken en achtergronden van overlast en crimineel gedrag van Antilliaanse jongeren stonden centraal tijdens het congres 'Jeugdcriminaliteit op Curaçao en in Nederland' op 24 mei 2011 in Utrecht. Speciale aandacht ging daarbij uit naar de Curaçaose jeugd. Het thema werd vanuit verschillende invalshoeken en vakgebieden belicht.

Wonder dat criminaliteitscijfers zo laag zijn

Prof. dr. Marion van San van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtwetenschappen, Universiteit Utrecht, beet het spits af. “Het is een wonder dat de criminaliteitscijfers onder Antilliaanse jongeren op hetzelfde niveau zijn gebleven gezien hun achtergrond en de omstandigheden waarin zij opgroeien.”
De gevolmachtigd Minister van Curaçao, mr. Sheldry Osepa, vroeg zich met name af of de problemen die er zijn met Antilliaanse jongeren wel oplosbaar zijn. “De werkloosheid onder de jeugd op Curaçao is heel hoog, zo’n 24 procent. De jeugdcriminaliteit neemt steeds meer toe en 70 procent van onze gevangenissen zitten vol met jongeren tussen de 18 en 35 jaar. Ruim 85 procent zit vast vanwege gewapende overvallen.” Osepa wees erop dat de aanpak van de regering in positieve zin wel aan het veranderen is.

Kansarm op Curaçao betekent kansloos in Nederland

“Veel van ons gedrag is ingeven door onze cultuur en onze geschiedenis. Het zal dus ook een proces van jaren zijn om hier verandering in te brengen. Iemand die kansarm is op Curaçao, is kansloos in Nederland”, zo opende prof. dr. Gert Oostindie, Caraïbist en directeur KITLV, Leiden, zijn betoog. Hij vond dat we de problemen met relatief te veel Antillianen op de ‘verkeerde’ lijsten niet moeten onderschatten, maar ook dat de politiek het probleem niet te zeer moet opblazen. Hij pleitte voor een gezamenlijke aanpak van de problematiek, te beginnen met verbetering van onderwijs en aandacht voor de taal. “Dit zal weer nieuwe Nederlandse investeringen vergen met als gevolg meer Antilliaanse inschikkelijkheid inzake de autonomie. De politieke constellatie is wat dat betreft momenteel erg ongunstig maar we moeten wel beseffen dat de Antilliaanse problematiek de wrange vrucht is van decennia struisvogelpolitiek aan beide zijden van de oceaan”, aldus Oostindie.

Transnationale beweging

Prof. dr. Frank Bovenkerk, criminoloog, wees op de transnationale beweging als een specifiek kenmerk van de probleemgroep. “Ze komen hier om hun problemen thuis te ontvluchten, krijgen het hier niet beter, gaan weer terug naar het thuisland en komen vervolgens weer hier heen et cetera; het is een ingewikkeld patroon. Bovendien blijven de Antilliaanse jongeren relatief lang in de criminaliteitscurve zitten, vaak tot hun veertigste levensjaar. Deze curve loopt voor andere groepen tot gemiddeld 23 jaar. Dan krijgen ze een gezin, meer verantwoordelijkheden en is er minder of geen sprake meer van crimineel gedrag”, aldus Bovenkerk. Hij merkte tot slot op dat met name bij Antillianen veel agressie binnen de groep voorkomt, die er tevens voor zorgt dat individuele sociale stijging wordt ontmoedigd.

Meer informatie

Ook drs. Glenn Helberg, kinder- en jeugdpsychiater en voorzitter Overleg Orgaan Caribische Nederlanders, prof. Micha de Winter, hoogleraar maatschappelijk opvoedvraagstukken Universiteit Utrecht, Marnix Noorder, wethouder in Den Haag, en Rivke Jaffe, onderzoeker Universiteit Leiden, gaven hun visie. Download hiernaast het uitgebreide verslag van de bijeenkomst.

 


07 jun 2011

Referentiemateriaal


Zoeken in de website: