Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Integratie / Antilliaanse vr...

Antilliaanse vrouwen integreren goed in Nederland

De integratie van niet-westerse allochtonen gaat op de meeste fronten goed. Dit blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2010 van het CBS. Zo volgen er steeds meer allochtonen hoger onderwijs. In het rapport staan vier herkomstgroepen centraal: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Daarnaast komen ook nieuwere immigrantengroepen aan bod, zoals Polen en Bulgaren. Het rapport brengt op verschillende aspecten de ontwikkelingen in beeld, die samenhangen met het proces van integratie. Voor Antillianen geldt dat de tweede generatie (in Nederland geboren) Antilliaanse vrouwen in Nederland gemiddeld iets vaker instromen in het hoger onderwijs dan autochtone meisjes.

Jaarrapport 2010

Het jaarrapport is, mede op verzoek van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie, door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) samengesteld. Het is een jaarlijkse publicatie die afwisselend door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het CBS wordt verzorgd. In het rapport komen diverse aspecten aan bod waarin niet-westerse allochtonen verschillen van autochtonen. Ook worden allochtone bevolkingsgroepen onderling en over generaties heen vergeleken. De thema's die aan de orde komen zijn demografie, onderwijs, arbeidsmarkt, inkomen en uitkeringen, verkleuring van buurten, criminaliteit, sociale samenhang en jeugd en gezondheid.

Bevindingen met betrekking tot Antillianen in Nederland:

  • Tweede generatie Antillianen, van wie één ouder in Nederland is geboren, stromen gemiddeld ook vaker in het hoger onderwijs in dan autochtonen.
  • Niet-westerse allochtone jongens, waaronder Antillianen vallen, stromen als groep vaker voortijdig uit dan autochtone jongens, maar dit verschil is tussen 2005 en 2009 vooral in het mbo kleiner geworden.
  • Meisjes van andere groepen allochtonen hebben nog wel een achterstand, maar zijn die aan het inhalen.
  • Antillianen doen wat langer over hun studie in het hbo, terwijl Antilliaanse vrouwen ook wat vaker zonder hbo-diploma uitstromen.
  • Antilliaanse vrouwen zijn in het mbo vaak ouder dan hun opleidingsgenoten.
  • Surinaamse en Antilliaanse leerlingen zijn beter in taal dan Turkse en Marokkaanse leerlingen. Dit komt vooral doordat zij veel vaker thuis Nederlands spreken. De verschillen in de gemiddelde scores voor taal en rekenen tussen leerlingen die thuis al dan niet Nederlands spreken zijn onder Surinaamse en Antilliaanse leerlingen het grootst met 77 procent.
  • Antilliaanse examenkandidaten deden het op de havo en vwo erg goed. Met slagingspercentages van 86 en 89 procent kwamen ze in de buurt van de resultaten van autochtone examenkandidaten.
  • De helft van de Antilliaanse jongens op het mbo deed echter een mbo-opleiding op het laagste of een na laagste niveau.

Bevindingen met betrekking tot werk:

  • De tweede generatie heeft een grotere kans op werk dan de eerste generatie.
  • In de leeftijd van 25 tot en met 30 jaar hebben zij vaker betaald werk als belangrijkste bron van inkomsten dan eerste generatie allochtonen.
  • Van 1999 tot 2009 is het aandeel Antillianen met bijstand bijna gehalveerd.
  • In 2009 participeerde ruim drie op de vijf Antillianen op de arbeidsmarkt.
  • Vooral onder Antillianen van 45 jaar en ouder was het aandeel personen met een werkloosheidsuitkering hoog. Eén op de 20 ontving een werkloosheidsuitkering, tegenover 1 op de 50 autochtonen van 45 jaar en ouder.

Antilliaanse mannen oververtegenwoordigd in criminaliteitscijfers

Een groot maatschappelijk zorgpunt is de oververtegenwoordiging van niet westerse jongeren in de criminaliteit. Antillianen hadden in 2008 het hoogste verdachtenpercentage (6,6 procent). Het gaat om ruim 10 procent van de Antilliaanse mannen. Bij de vrouwen hadden Antilliaanse vrouwen het hoogste verdachtenpercentage (2,6 procent). Van de Antilliaanse jongens was op 16-jarige leeftijd 28 procent verdachte (geweest) van een misdrijf. Onder Antillianen neemt het criminele gedrag wat minder snel af met de leeftijd dan bij de andere herkomstgroepen. Boven de 25 jaar komen zij naar verhouding dan ook het vaakst in aanraking met de politie. Onder de 25 jaar zijn dit de Marokkanen met meer dan 1 op de 10 verdachten. Verder is er gevonden dat:

  • Onder de Antilliaanse verdachten bevonden zich de meeste uitkeringsontvangers (23 procent).
  • Ruim 60 procent van de Antilliaanse verdachten kwam uit een huishouden met een laag inkomen.

Antillianen het vaakst in een penitentiaire inrichting

Gerelateerd aan de bevolkingsaantallen verblijven Antillianen het vaakst in een penitentiaire inrichting. In 2006 heeft 3,1 procent van de Antillianen van 18 jaar en ouder op enig moment in de gevangenis gezeten. Vooral onder de 25 tot 45 jarige Antilliaanse mannen was dit aandeel hoog. Van de autochtonen van 18 jaar en ouder heeft 0,2 procent op enig moment in 2006 in de gevangenis gezeten.

De helft van de Antillianen voelt zich Nederlander

15 procent van de Antillianen woont in een hooggeconcentreerde buurt met meer dan 50 procent niet-westers allochtone inwoners. Dit soort buurten heeft vaak een meervoudige problematiek van armoede en achterstand. Met betrekking tot wonen staat verder in het Jaarrapport Integratie 2010 dat:

  • Antillianen hebben naar verhouding weinig contacten in de buurt en doen relatief weinig vrijwilligerswerk.
  • Hun sociale contacten zijn vaak divers.
  • 2 van de 3 Antillianen hebben een vriendenkring die voor de helft of meer bestaat uit personen uit andere herkomstgroepen.
  • De Antilliaanse herkomstgroep kent een hoog aandeel eenpersoonshuishoudens, 1 op de 5 huishoudens.
  • Op 1 januari 2010 was 1 op de 5 inwoners van Nederland westers of niet-westers allochtoon.
  • Per 1 januari 2010 waren er 138.000 mensen in Nederland die worden aangemerkt als Antilliaan/Arubaan. Dit is 8,4 procent van de bevolking en 31.000 personen meer dan in 2000, een toename van 29 procent. Hiervan valt 41,4 procent onder de tweede generatie.
  • De gemiddelde leeftijd van de in Nederland geboren Antillianen en Arubanen is 29,4 jaar.
  • Het vertrek van Antillianen uit Nederland is sterk afgenomen. In 2009 verlieten 2,5 duizend Antillianen Nederland, bijna de helft van het aantal in 2004.
  • Antillianen verlaten relatief vaak Nederland na het volgen van een studie. Vooral onder tweede generatie Antillianen vertrekken ook relatief veel personen die een uitkering ontvingen.
  • Binnen alle niet-westerse herkomstgroepen vindt de tweede generatie zichzelf veel vaker Nederlander dan de eerste generatie. Antilliaanse tweede generatieallochtonen vinden zichzelf het vaakst Nederlander. De helft van de Antillianen voelt zich Nederlander.

 


27 jan 2011


Zoeken in de website: