Verhouding tussen verschillende nationaliteiten
Van der Welle, onderzoeker bevolking en integratie bij
Regioplan Beleidsonderzoek in Amsterdam, startte in 2005 aan de
Universiteit van Amsterdam met haar promotieonderzoek. In die
periode net na de moord op Theo van Gogh laaiden discussies over de
verharding van de samenleving, dubbele nationaliteiten en de
betekenis van nationale identiteit opnieuw op. De onderzoeker wilde
weten hoe de Nederlandse identiteit zich verhoudt tot de lokale
(stedelijke) en tot de herkomstlandidentiteit. Hoe manoeuvreren
jongeren tussen deze verschillende identiteiten? Omstreeks 1000
jongvolwassenen vulden vragenlijsten in. Van der Welle hield 50
aanvullende diepte-interviews met respondenten tussen de 18 en 30
jaar die in Nederland geboren zijn en een autochtone, Marokkaanse,
Turkse en Surinaamse herkomst hebben.
Wat is het meest opvallende resultaat van het
onderzoek?
“Deels verwacht, maar wel heel interessant is de sterke
Amsterdamse identiteit. Hoogopgeleide autochtone en allochtone
jongeren voelen zich prettig in Amsterdam, omdat de stad groot is,
progressief en vrijer dan andere steden. Allochtonen voelen zich in
de eerste plaats Amsterdammer en daarnaast Turk, Marokkaan of
Surinamer. Amsterdam is ‘van alles wat’; multicultureel. Jongeren
hebben er geen sterke culturele associaties mee, daarom kunnen zij
zich er gemakkelijk mee identificeren. Op nationaal niveau is dat
lastiger. Bij de Nederlander denken zij toch aan blond met blauwe
ogen.”
Speelt het uiterlijk zo’n grote rol?
“Ja, maar minstens net zo belangrijk zijn de associaties en
beelden die door media worden gevormd op grond van herkomst. De
Marokkaanse, Turkse en Surinaamse jongeren uit mijn onderzoek gaven
aan op hun herkomst of huidskleur aangesproken te worden en ze
ervaren discriminatie. Voornamelijk Marokkanen voelen zich
regelmatig op hun herkomst beoordeeld of zelfs benadeeld. Dat is
soms heel subtiel: bijvoorbeeld dat iemand naast hen bij de
bushalte een hand op de tas legt. De reacties daarop zijn heel
verschillend: sommigen willen zichzelf heel graag bewijzen terwijl
anderen zich van de samenleving afkeren. Die laatste heb ik ‘de
bewuste buitenstaanders’ genoemd, dat is een kleine groep die zich
alleen Marokkaan, Turk of Surinamer voelt en in geen enkel opzicht
Amsterdammer of Nederlander. Maar over het algemeen komt het beeld
naar voren dat het merendeel zich Amsterdammer voelt.”
Geldt een sterke identiteit ook voor andere steden dan
Amsterdam?
“Ja, andere onderzoeken wijzen ook in die richting,
bijvoorbeeld in Rotterdam en New York. Een stad moet een duidelijk
profiel hebben, mensen moeten er geen sterke culturele associaties
mee hebben, er moet veel diversiteit zijn en een continue instroom
van nieuwe bewoners.”
Wat betekent de identificatie met de woonstad voor het
integratiedebat?
“In het debat ligt de nadruk al jaren op integreren op
nationaal niveau terwijl juist het lokale niveau van groot belang
is. Er zijn zeer veel verschillende lokale identiteiten en mensen
moeten in de eerste plaats op dat niveau integreren. Jongeren
integreren in de stad waar zij wonen en vormen zich daar een
identiteit. Er wordt nu vaak gezegd dat het problematisch is dat
mensen zich geen Nederlander voelen. Maar zij voelen zich wel
degelijk Amsterdammer. Daarom heten zij ook flexibele burgers; de
titel van mijn boek.”
Kunt u dat begrip flexibele burgers nader
toelichten?
“Jongeren vinden zelf een manier om te benadrukken dat ze hier
thuis zijn en Nederlander zijn, ondanks dat ze zich
niet-Nederlander voelen. Zij identificeren zich namelijk sterk met
de stad Amsterdam, en in dat opzicht zijn zij dus flexibel. Zij
schuiven de Amsterdamse identiteit en de stad naar voren als het
kader waarin zij integreren.
In een ander opzicht kun je je echter afvragen of Amsterdamse
jongvolwassenen wel zulke flexibele burgers zijn, daarom ook
nadrukkelijk het vraagteken in de titel van mijn boek. Op het punt
van het staatsburgerschap zijn zij namelijk minder flexibel. Vaak
blijken jongeren met een dubbele nationaliteit niet eens te weten
dat zij dat hebben. Het Marokkaanse en in iets mindere mate Turkse
staatsburgerschap is meestal slapend maar kan wel gevolgen hebben.”
Wat heeft dat slapende staatsburgerschap voor
gevolgen?
“De jongeren doen er niets mee en hebben het idee dat zij er
niets van merken, maar kunnen wel degelijk tegen de inflexibiliteit
van het staatsburgerschap aanlopen. Een dubbele nationaliteit kan
nadelige consequenties hebben, ook al realiseren zij zich dat niet
en zien zij het puur als symbolisch. Turken zijn zich wel meer
bewust van hun Turkse nationaliteit vanwege de dienstplicht en een
grotere betrokkenheid bij het land. De jongvolwassenen van
Surinaamse herkomst hebben over het algemeen geen Surinaamse
nationaliteit. Daarnaast is de betrokkenheid met Suriname minder
vanwege de geografische afstand, maar ook vanwege een minder
positief imago dan Turkije. Dat laatste geldt ook voor Marokko.
Maar het belangrijkste is de conclusie dat jongeren, van welke
herkomst dan ook, zich sterk verbonden voelen met hun woonstad
Amsterdam.”
Simone Ketelaars, Nicis Institute