Oerwoud aan instanties draagt niet bij aan betere aanpak van Marokkaanse risicojongeren
“Nederland doet heel veel rondom Marokkaanse risicojongeren, maar de huidige werkwijze draagt niet bij aan optimalisering.” Aan het woord is Paolo De Mas, oprichter van het Nederlands Instituut in Marokko en het Marokko Instituut in Den Haag. Hij heeft 10 jaar van zijn leven gewerkt en gewoond in randgebieden in het Noorden van Marokko, en in Rabat. Hij pendelt tegenwoordig vaak heen en weer tussen Nederland en Marokko en voelt zich wel 'een klein beetje een Marokkaan.'
Paolo De Mas over Marokkaanse risicojongeren
De Mas verricht sinds 1974 onderzoek in Marokko en onder
Marokkanen in Nederland en Europa. Ook verzorgt hij cursussen voor
beleidsmakers en professionals. In maart was hij kerndocent tijdens
de geslaagde masterclass van Nicis Institute ‘Marokkaanse
risicojongeren in beeld’. De problematiek rondom Marokkaanse
risicojongeren krijgt al jaren veel aandacht in de media. Er is
recentelijk meer oog voor de wijze van aanpak van de
problematiek. Vele sectoren houden zich met Marokkaanse
risicojongeren bezig in Nederland. Effectief en samenhangend beleid
op het terrein van onderwijs, zorg, politie, justitie en de
arbeidsmarkt is echter niet zo eenvoudig. Marokko-deskundige De Mas
licht toe.
Allereerst, wat is uw band met Marokko?
“Oorspronkelijk had ik niks met het land, en inmiddels heb ik
er 37 jaar huwelijk mee. Ik doe zowel hier als in Marokko
onderzoek; ik ben iemand van de stropdas en de terreinschoenen. Dat
moet ook, om de verschillende werelden te begrijpen.”
In hoeverre is de beeldvorming van Marokkanen veranderd?
“In de jaren 70 stond integratie met behoud van identiteit in
Nederland centraal, nu gaat het om integratie en assimilatie.
Beeldvorming en beleid over migratie en integratie gaan in
slingerbewegingen. Eerst waren Marokkanen gastarbeiders, toen waren
het Marokkanen, vervolgens moslims en nu zijn het ineens
terroristen. Etiketten veranderen door de tijd heen.”
Doet het Marokko Instituut dat u heeft opgericht, iets tegen die veranderende en vaak misplaatste beeldvorming?
“Onze kerntaak is het verschaffen van volledige en betrouwbare
informatie,documentatie en expertise. Daarnaast faciliteren we
initiatieven tot samenwerking tussen beide landen op alle
terreinen. Een voorbeeld daarvan is dat de Nederlandse
sierteeltsector (struiken, vruchtbomen) in Marokko actief wil zijn.
Wij infomeren dan over hoe je het beste zaken kunt doen in Marokko.
Verder worden er vele cultuur- en studiereizen georganiseerd naar
het land. Wij beantwoorden vragen over hoe de reis het beste is in
te richten en wat het interessantst is om te bezoeken. Daarnaast
vertalen wij haalbare kennis vanuit proefschriften naar de praktijk
van professionals en instellingen en geven lezingen op scholen en
universiteiten.”
Wat is het meest essentieel rondom de veel besproken risicojongeren?
“Wij hebben in Nederland een unieke verzorgingsstaat en wijze
van omgaan met elkaar. Dat is van invloed op hoe het met Marokkanen
in Nederland gaat. Het is daarom interessant om ook te kijken naar
de risicojongeren in andere landen; dan kun je ook achterhalen wat
‘des Marokkaans’ is en in hoeverre andere factoren ten grondslag
liggen aan de problemen. In Duitsland is bijvoorbeeld de
schooluitval onder Marokkanen veel lager dan in Nederland.
Hetzelfde geldt voor de criminaliteitscijfers. In de VS doen
Marokkanen het goed. Om dat te verklaren moet je kijken naar de
kenmerken van een land en de organisatiestructuur.”
Wat blijkt ‘des Marokkaans’ te zijn?
“Voor de eerste generatie Marokkanen geldt dat zij geen reëel
beeld hadden van het land en de situatie hier. Dat werkt door op
volgende generaties. Daarnaast speelt het huishouden een
belangrijke rol en wordt de rol en invloed van vrouwen (moeders en
dochters, zusters) onderschat.”
Wat zijn de kenmerken van ons land die van invloed zijn op risicojongeren?
“Het enorme oerwoud van instanties en organisaties: jeugdzorg,
onderwijs, buurtwerk, hulpverlening en alle vaak snel wisselende
individuen daarbinnen. Er bemoeien zich altijd veel interveniënten
en actoren met de gevalsbehandeling en zij werken langs
elkaar heen. Bovendien is de ‘achter de voordeur-aanpak’ lastig bij
Marokkanen. Het wordt ook een steeds lastigere groep om te bereiken
en te onderzoeken door het veranderende politieke klimaat.
Nederland doet heel veel rondom Marokkaanse risicojongeren, maar de
huidige werkwijze draagt niet bij aan optimalisering.”
Wat is dan wel een geslaagde aanpak?
“Ik heb meegemaakt dat bij een woonerf in Haarlem 4 criminele
Marokkaanse jongeren overlast veroorzaakten. Daar kwam iedereen die
iets deed in de wijk voor het eerst met elkaar aan tafel:
jeugdwerk, buurtvaders, conciërges, maatschappelijk werkers,
woningbouwvereniging et cetera. Het zou veel vaker en in een veel
eerder stadium moeten voorkomen dat verschillende betrokkenen met
elkaar communiceren. Daarnaast moet er 1 coördinerende en
gemandateerde persoon zijn die de zaak aanstuurt. Ten slotte zijn
heldere regels en sancties stellen heel belangrijk, met name voor
jongeren in de pubertijd.”
Bron:
Simone Ketelaars, Nicis Institute
19 mei 2011