Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Arbeidsmigratie brengt ook problemen met zich mee

De Nederlandse economie profiteert van de komst van MOE-landers, maar de arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa brengt ook een aantal problemen met zich mee. Die worden vooral zichtbaar in gemeenten en steden met grote concentraties MOE-landers. Zij proberen beleid te maken dat zo veel mogelijk inspeelt op die problemen.

Overbewoning

Een belangrijk probleem is de overbewoning van woningen, die deels ontstaat doordat werkgevers (waaronder uitzendbureaus) willen besparen op de kosten voor huisvesting door veel migranten in een woning te plaatsen. Overbewoning kan vervolgens weer tot brandgevaarlijke situaties leiden, zeker als toch al sprake is van slecht onderhouden woningen. Ook is er sprake van overlast van MOE-landers in de buurten waar zij wonen of de plekken waar zij in grotere getale verblijven in hun vrije tijd.

Veel migranten registreren zich niet

Een typerend aspect van de toestroom van arbeidsmigranten uit de MOE-landen is dat die zich onttrekt aan gemeentelijke registratie: substantiële aantallen migranten registeren zich niet. Dat geldt niet alleen voor hen die hier slechts kort verblijven, maar ook voor diegenen die langer in Nederland wonen en werken. De gemeentelijke basisregistratie geeft daarom maar een beperkt inzicht in de aard en omvang van de aanwezigheid van MOE-landers. Dit geldt in het bijzonder voor arbeidsmigranten uit Bulgarije en Roemenië die recent in Nederland zijn gearriveerd.

Verschillende juridische positie Polen, Roemenen en Bulgaren

De juridische positie van Polen, Bulgaren en Roemenen is niet vergelijkbaar. Polen is een volwaardig lid van de EU en Polen hebben dus vrij toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Zij kunnen vrij wonen en werken in de andere EU-landen. De situatie van Bulgaren en Roemenen wordt gekenmerkt door een ambivalente juridische positie in Nederland. Sinds Bulgarije en Roemenië in januari 2007 lid van de EU werden, hebben burgers uit beide landen vrij toegang tot Nederland. Ze hebben echter geen vrije toegang tot de formele Nederlandse arbeidsmarkt.

Werkvergunning nog steeds nodig voor Bulgaren en Roemenen

Net als eerder (tussen 2004 en 2007) voor Poolse arbeidsmigranten het geval was, vallen Bulgaren en Roemenen momenteel nog onder het regime van de zogenaamde ‘overgangsperiode’, dat wil zeggen dat ze nog altijd een formele werkvergunning (TWV) nodig hebben om hier als werknemer te kunnen werken. Een uitnodiging van een Nederlandse werknemer geldt als voorwaarde om een TWV te kunnen krijgen. De enige manier waarop Bulgaarse en Roemeense arbeidsmigranten zonder TWV formele arbeid kunnen verrichten, is door zich als zelfstandig ondernemer te vestigen.

Arbeidsmigranten aangewezen op informeel circuit

Het gevolg van de ambivalente juridische positie – wel legaal toegang tot Nederland, maar niet of slechts beperkt toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt – is dat met name veel Bulgaarse arbeidsmigranten voor werk en mogelijk ook voor huisvesting zijn aangewezen op het informele circuit. In principe geldt dit ook voor Roemeense arbeidsmigranten, maar uit onderzoek blijkt dat Roemeense arbeidsmigranten vaker hoger opgeleid zijn en daardoor een betere arbeidsmarktpositie hebben dan de Bulgaarse arbeidsmigranten.

Bron:

Rapport Oost-Europese arbeidsmigranten in het Oostland



 


09 aug 2011


Zoeken in de website: