Iedereen kent de berichten over illegale Poolse aspergeplukkers en de verhalen van goedkope bouwvakkers uit Polen. Tegenwoordig blijken er ook steeds meer Roemenen en Bulgaren aan het werk te zijn in Nederland. Hoe zit het met deze groep arbeidsmigranten uit Midden- en Oost- Europa? Wie zijn deze mensen, wat doen ze hier, willen ze hier blijven en wat zijn hun toekomstplannen?
Migranten probleem in kleine gemeenten
Midden- en Oost-Europese migranten wonen en/of werken in grote
steden als Rotterdam en Den Haag, maar ook in de Gemeente Westland,
Zundert, Katwijk en Hillegom. Met name voor de kleinere gemeenten
kan dat een groot probleem zijn. Zo heeft Hillegom in een bepaalde
periode van het jaar opeens te maken met een hele grote groep
arbeidsmigranten in de bollenteelt. Waar moeten zij wonen? Wat doen
zij in hun vrije tijd? In hoeverre hebben zij behoefte aan
taalonderwijs en/ of inburgering? Scholen in Hillegom hebben
plotseling te maken met Poolse kinderen die geen Nederlands
spreken, hoe moeten leerkrachten daarmee omgaan?
Rond de 100.000 seizoensarbeiders naar Nederland
Volgens brancheorganisatie LTO Nederland in het artikel
Plukken, drinken en slapen. Tienduizenden seizoensarbeiders werken
deze zomer in de glastuinbouw (NRC Next, 25 augustus 2009) komen er
ieder jaar rond de 100.000 seizoensarbeiders naar Nederland om
aardbeien te plukken, asperges te steken of fruit en bloemen te
oogsten. Zij slapen soms in budgethotels, woonhuizen of op het erf
bij hun werkgever, maar voornamelijk op campings. Eén van de
plukkende campingbewoners geeft in het artikel aan: “Het is zwaar
werk, je moet veel bukken en boven je macht tillen. Als je dat
vijftig tot zestig uur in de week doet, terwijl je baas je niet
voor vol aan ziet, de Nederlandse meisjes je niet zien staan en de
lokale bevolking je met de nek aankijkt, ga je vanzelf aan het
bier.”
Met een open blik de wereld in
Op 1 september jl. is er een veldwerkonderzoek gestart naar de
leefsituatie en arbeidspositie van arbeidsmigranten uit Midden- en
Oost Europa, onder leiding van Godfried Engbersen, hoogleraar
sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Niemand had ooit
verwacht dat er zoveel Polen naar Nederland zouden komen,” aldus
Engbersen. Hij legt uit dat ‘oude’ migratietheorieën uitgaan van
historische lijnen, familienetwerken of een koloniale binding als
verklaring waarom mensen zich in een bepaald land vestigen. Dat is
hierbij niet het geval. “Ook onverwacht is dat veel van deze
migranten hier tijdelijk verblijven. Bijna niemand gelooft dat.
Mensen denken aan de Marokkaanse en Turkse migranten uit de jaren
’60 en ’70 die uiteindelijk zijn gebleven. Maar we hebben hier echt
te maken met een nieuwe groep; veelal jonge mensen die met een open
blik de wereld intrekken en tijdelijk in West-Europa komen werken.”
Huisvestingsprobleem en leefbaarheid het eerst op de kaart
gezet
“De migranten werken hard en zorgen daarmee voor economische
vitaliteit,” geeft Engbersen aan. “Maar vervallen panden zijn
natuurlijk niet bevorderlijk voor de leefbaarheid.” Het
huisvestingsprobleem en de leefbaarheid zijn op lokaal niveau het
eerst op de kaart gezet. In Den Haag en Rotterdam heeft men het
eerst aan de bel getrokken, daar zijn de migranten het duidelijkst
te lokaliseren; bij de visafslag en in de buurt van kassen en
bloembollen. Engbersen: “De gastarbeiders uit de jaren ’60 en ’70
hebben we eigenlijk te laat onderzocht, nu bestuderen we het proces
al helemaal vanaf het begin. Daarmee kunnen we permanent
anticiperen op de aanwezigheid van tijdelijke migranten.”
Migratie zal tijdelijk blijven
Toch zijn - door de economische crisis - veel mensen bang dat
er meer migranten naar Nederland komen, dat zij “onze” banen
afpakken en dat zij hier uiteindelijk langer (en uiteindelijk
permanent) blijven. De crisis kan leiden tot meer arbeidsmigratie
omdat hier een beter sociaal vangnet is, of juist tot minder
arbeidsmigratie omdat ook hier geen werk meer is, licht Engbersen
toe. Hoe dan ook is de crisis een nieuwe factor die nieuwe
patronen en vragen oproept. Engbersen is in de veronderstelling dat
de migratie van Midden- en Oost-Europese migranten verder zal gaan,
maar tijdelijk blijft, ook al is het crisis. “Mensen willen
zichzelf niet definitief in een ander land vestigen. Zij proberen
elders iets te halen waarmee zij in hun eigen land mee verder hopen
te komen. Migranten hebben bovendien moeite om hogerop te
komen in het nieuwe land. Als bijvoorbeeld een arts in Engeland een
zwaar Oost-Europees accent heeft, hebben mensen toch al gauw het
gevoel dat Dokter No uit de James Bondfilm aan hun bed staat”.
Nauwelijks sprake van verdringing op de arbeidsmarkt
Desondanks leeft de vraag of de migranten voor verdringing op
de arbeidsmarkt zorgen. Onder de Midden- en Oost-Europese migranten
in Nederland zijn veel mensen werkzaam als ZZP’er, maar de vraag is
of zij dat wel echt zijn. Het kan ook een listige constructie zijn
om onder het minimumloon uit te laten betalen en dus goedkoper te
zijn dan andere arbeiders. Toch is verdringing op de arbeidsmarkt
tot op heden is dat niet aangetoond, geeft Engbersen aan. “Maar je
kunt je voorstellen dat een Poolse aannemer goedkoper is dan een
Nederlandse. Aan de andere kant werken zij vaak op plekken waar
Nederlandse werknemers niet wensen te werken. Zij doen soorten werk
(denk aan simpel fabriekswerk) die wij te min vinden. Daarom valt
het wel mee met de verdringing.” De komende jaren zullen wij
arbeidsmigranten nog harder nodig hebben voor bepaalde sectoren,
onder andere door de toenemende vergrijzing.
Steeds meer passanten
In de toekomst zullen wellicht minder mensen uit Polen naar
West-Europa komen omdat het daar langzaamaan beter gaat. Als de
bron vanuit de Midden- en Oost-Europese migranten opraakt, zal er
ook buiten de EU gekeken moeten worden, vindt Engbersen. “Het
beleid zal dan ook gericht zijn op tijdelijkheid. Men past wel op
om migranten definitief naar ons land te halen en wil er graag
zeker van zijn dat zij weer teruggaan.” Er zullen dus steeds meer
‘tijdelijke burgers’ komen, door Engbersen ook wel ‘passanten’
genoemd. Het is een andere categorie migranten die een ander beleid
vraagt vanuit gemeenten. Wat moeten we ten aanzien van deze
tijdelijke burgers met het inburgeringsbeleid? Wat voor binding
hebben zij met de lokale gemeenschap?
Gemeenten op zoek naar adequate huisvesting
EU-burgers kun je niet dwingen te integreren, en de vraag is
ook of dat nodig is. Het oude migratie-integratie beleid is slechts
ten dele bruikbaar. Engbersen: “De Polen die in het Westland werken
hebben vaak een complete eigen infrastructuur gecreëerd, denk aan
Poolse krantjes en Poolse kerken. De mensen kijken Poolse televisie
en praten met hun Poolse vrienden. In de grote steden zijn zij
gevestigd in multiculturele wijken waarin zij vaak voor overlast
zorgen. Hoe zorg je als gemeente voor adequate huisvesting? In
Italië bouwen mensen hutten in de bossen, maar in Nederland wil men
het toch beter regelen. Sommige gemeenten zijn al met veel
praktische oplossingen voor deze problemen gekomen, van
tentenkampen en sloopwoningen tot met zelfs een ‘Polen-hotel’ in
Hillegom.”
Nieuwe migratiestroom vraagt om nieuw beleid
Engbersen besluit: “Dankzij de open grenzen, internet, lage
reiskosten en weinig familieverplichtingen reizen Midden- en Oost
Europese migranten heen en weer tussen landen. Het zijn laag-,
midden- en hooggeschoolde arbeidsmigranten die nu eens hier en dan
eens daar willen werken. Zij proberen van alles uit en maken een
afweging tussen de kosten en baten. Het geld dat ze hier verdienen,
of de opleiding die ze hier volgen, proberen ze in eigen land te
verzilveren. Al met al is er sprake van een nieuwe migratiestroom
met patronen die afwijken van die uit de jaren ’60 en ’70.” Dat
vraagt om ander beleid. De komende tijd zal uit het onderzoek van
Engbersen blijken in welke richting de ontwikkelingen gaan en hoe
gemeenten daarop kunnen reageren.
Bron:
Simone Ketelaars, City Journal, oktober 2009