Arbeidspotentieel van vluchtelingen
Uit onderzoek komen steeds meer signalen dat de toetreding van nieuwkomers tot de Nederlandse arbeidsmarkt niet optimaal verloopt en dat zij ook in hun verdere loopbaan vaak problemen ondervinden. Hun arbeidspotentieel wordt onvoldoende benut.
Propositie
Wordt het arbeidspotentieel van nieuwkomers op de Nederlandse arbeidsmarkt benut en wat zijn de problemen die nieuwkomers ondervinden bij het zoeken van hun weg op de Nederlandse arbeidsmarkt?
Conclusies
• Inzicht in de competenties van de vluchtelingen in Nederland
ontbreekt, terwijl een beter inzicht in die competenties een eerste
voorwaarde is voor een betere benutting ervan op de Nederlandse
arbeidsmarkt.
• Veel vluchtelingen beschikken als ze in Nederland aankomen over
een ruim potentieel aan kennis en vaardigheden. Deze competenties
worden in Nederland echter onvoldoende erkend en niet voldoende
naar waarde geschat.
• Veel vluchtelingen geven aan dat ze ruimte, rust en tijd nodig
hebben om ervaringen uit de periode voor, tijdens en na de vlucht
te verwerken en kracht te verzamelen om een nieuw bestaan op te
bouwen.
• Vluchtelingen die er in zijn geslaagd in Nederland een
betrekkelijk stabiele beroepsloopbaan op te bouwen geven aan dat
motivatie en eigen initiatief belangrijke factoren zijn die hun
succes kunnen verklaren.
• Om te voorkomen dat beschikbare competenties verloren gaan is het
nodig om tijdens de asielprocedure te kunnen werken en leren.
• Voorkomen moet worden dat mensen in het inburgeringstraject wel
de Nederlandse taal leren, maar te weinig leren van de nieuwe
maatschappij waarin ze terecht zijn gekomen.
• Veel vluchtelingen die er niet in slagen betaald werk te vinden
worden actief in het vrijwilligerswerk, dit is vaak een belangrijke
functie als opstap naar een betaalde baan of als instap in een
beroepsopleiding.
• De hoger opgeleide vluchtelingen en vluchtelingen met een
beroepsgerichte opleiding op middelbaar niveau blijken zich in het
algemeen redelijk te redden op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Problemen doen zich vooral voor bij lager opgeleide vluchtelingen
en bij vluchtelingen met alleen algemeen voortgezet onderwijs.
• Werkgevers hebben soms weinig oog voor de specifieke kwaliteiten
van de vluchtelingen en voor hun sterke motivatie, waardoor ze er
te weinig in investeren en het risico lopen goed gemotiveerde
krachten kwijt te raken.
Contactgegevens
ITS-Nijmegen
1/7/2002