Bulgaren actief in informele economie in Den Haag
Het aantal geregistreerde personen uit Midden- en Oost-Europa (MOE-landers) in Den Haag is in 2 jaar tijd verdubbeld: van ruim 5.000 naar ruim 10.000. De snelst groeiende groep zijn de Bulgaren. Zij hebben een slechte arbeidspositie. Het merendeel van hen heeft geen reguliere baan en is actief in de informele economie. Dit blijkt uit het onlangs verschenen onderzoeksrapport over MOE-landers in Den Haag van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met Nicis Institute.
Ongeveer de helft van MOE-landers wil minimaal 3 jaar in Nederland blijven
Werk was voor de onderzochte groep Polen, Bulgaren en Roemenen
in Den Haag reden om naar Nederland te komen. Mogelijk gebrek aan
werk wordt als belangrijkste reden genoemd om weer te vertrekken.
Ongeveer de helft van de onderzochte groep wil minimaal 3 jaar in
Nederland blijven, 15 procent wil na 2 jaar weer vertrekken, al dan
niet naar het land van herkomst. De Polen zijn het meest gericht op
een langer verblijf in Nederland, de Bulgaren het minst.
Bulgaren hebben de slechtste arbeidspositie
De meeste Poolse arbeidsmigranten zijn werkzaam via een
uitzendbureau en vooral actief in de land- en tuinbouw. Uit het
onderzoek blijkt verder dat de Roemeense respondenten zowel in
eigen land als in Den Haag de beste arbeidsmarktpositie hebben. Zij
blijken het hoogst te zijn opgeleid. Bulgaren hebben juist de
slechtste arbeidspositie. Het merendeel van hen heeft geen
reguliere baan en is actief in de informele economie. De Bulgaarse
en Roemeense migranten werken het meest in de stad Den Haag zelf,
de Polen in het Westland of elders in Zuid-Holland. De verdiensten
van de arbeidsmigranten zijn over het algemeen niet hoog. De
meesten verdienen hooguit acht euro per uur. Er is zelfs een deel
dat minder dan 6,5 euro per uur verdient. De Roemeense respondenten
blijken het meest te verdienen. Ruim een derde verdient 2.000 euro
per maand of meer.
MOE-landers tevreden over woonsituatie in Den Haag
Bijna 9 op de 10 Poolse en Bulgaarse respondenten deelt de
accommodatie met anderen in Den Haag. Naast de partner wordt de
woning met maximaal 4 andere personen gedeeld. Meer dan een derde
van de Roemeense respondenten deelt de woonruimte niet met anderen.
Met name degenen die de woning delen, zijn minder geld kwijt aan
woonlasten. Ongeveer 1 op de 3 Poolse en Roemeense en ruim de helft
van de Bulgaarse respondenten geven tussen de 200 en 600 euro per
maand uit aan huisvesting. De respondenten bleken over het algemeen
tevreden met de woonsituatie ondanks de soms hoge woonlasten, het
samenwonen met meerdere personen en het delen van voorzieningen.
Beschikbaarheid van werk belangrijkste reden om in Nederland te blijven
Veel Poolse en Bulgaarse migranten geven aan na hun verblijf
weer terug te keren naar het land van herkomst. De wens tot
terugkeer vloeit voort uit de onzekere, vaak informele
arbeidspositie die zij in Nederland hebben. Ongeveer de helft van
de Roemeense migranten wil daarentegen na Nederland elders in een
EU-land werken. Uiteindelijk blijkt de beschikbaarheid van werk
voor de geïnterviewde migranten de belangrijkste reden om in
Nederland te blijven.
Totaalonderzoek
De publicatie maakt deel uit van een totaalonderzoek naar de
situatie van MOE-landers in samenwerking met Nicis Institute, 9
Nederlandse gemeenten en de Erasmus Universiteit Rotterdam, die het
onderzoek uitvoert. Het onderzoeksrapport ‘Arbeidsmigranten uit
Polen, Bulgarije en Roemenië in Den Haag’ wordt op 14 maart 2011
gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in Den Haag.
14 mrt 2011