Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Niet-westerse allochtonen met een stabiele arbeidsmarktpositie

Veel leden van minderheidsgroepen hebben een vaste baan. De meerderheid van de Nederlandse bevolking is hiervan niet op de hoogte. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) verzocht de arbeidsmarktpositie van niet-westerse allochtonen in beeld te brengen. In dit rapport geeft het SCP inzicht in het aantal niet-westerse allochtonen met een stabiele positie op de arbeidsmarkt en de ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan.

In dit rapport worden werknemers met een vast dienstverband gezien als personen met een stabiele arbeidsmarktpositie. Naast werknemers maken zelfstandigen deel uit van de werkzame beroepsbevolking. Met name in het eerste jaar is onder allochtone ondernemers het aantal bedrijfsbeëindigingen zeer hoog. Wanneer allochtone ondernemers het eerste jaar doorkomen, nemen de overlevingskansen van de onderneming toe. Deze bevindingen liggen ten grondslag aan de gekozen afbakening: zelfstandig ondernemers die langer dan een jaar een eigen bedrijf voeren, behoren in dit rapport tot personen met een stabiele positie op de arbeidsmarkt.

Propositie

Hoe groot is het aandeel niet-westerse allochtonen met een stabiele positie op de arbeidsmarkt en welke ontwikkelingen hebben zich in de afgelopen jaren op dit vlak voorgedaan?

Conclusies

  • Nederland telt bijna 450 duizend niet-westerse allochtonen met een stabiele arbeidsmarktpositie. Dit aantal beslaat 41% van de niet-westerse allochtonen tussen de 15 en 64 jaar.
  • Het aandeel niet-westerse allochtonen met een stabiele arbeidsmarktpositie is tussen 1994 en 2004 toegenomen van 31% naar 41%.
  • Surinamers hebben het vaakst een stabiele arbeidsmarktpositie (54%), gevolgd door Antillianen (43%) en Turken (41%).
  • De toename van het aandeel niet-westerse allochtonen met een stabiele positie is het gevolg van de gestegen arbeidsparticipatie en van de toename van het aantal zelfstandig ondernemers.
  • Het aantal allochtone ondernemers is toegenomen van 21 duizend in 1994 tot ruim 58 duizend in 2004.
  • Niet-westerse allochtone werknemers hebben minder vaak een vast dienstverband dan autochtone werknemers.
  • De Turkse groep telt de meeste ondernemers, gevolgd door de Surinamers.
  • Naar verhouding bevinden zich onder Chinezen de meeste zelfstandig ondernemers (15%).
  • In vergelijking met autochtone ondernemers zijn de niet-westerse allochtone ondernemers actiever in de horeca en minder actief in de bouw en zakelijke dienstverlening.
  • Ondernemingen van Surinamers, Antillianen, Chinezen en (voormalig) Joegoslaven hebben de beste overlevingskansen.

10 aug 2006


Zoeken in de website: